Vertrouwen op de onvoorwaardelijkheid

Het voorbije weekend was ik “van preek”. Ik deel graag de tekst.

Goeie vrienden

Sedert goed anderhalf jaar hebben wij een hond. Dat beestje moet zich geen zorgen maken over waar hij zal slapen, wat hij zal aantrekken ‘s ochtends, wat hij zal eten of wanneer hij gaat wandelen. Hij vertrouwt erop dat er voor hem gezorgd wordt.

Welnu, om in de lijn van de lezingen van vandaag te spreken, als er voor die hond gezorgd wordt, dan zal er voor ons, mensen, ook wel gezorgd worden. Toch ? Of mogen we daar niet zomaar van uitgaan ? Als we geld genoeg hebben en we betalen ervoor, zullen we wel iemand bereid vinden om voor ons te zorgen, hoor je vaak.

Het is niet dat soort voorwaardelijke zorg dat we vinden bij God. Al in de eerste lezing wordt het beeld gebruikt van de zorgzame moeder : God is als een zorgzame moeder/vader Zijn kinderen nabij. Net zoals geen enkele moeder/vader verwacht dat we haar/hem voor die zorg betalen, verwacht God geen materiële tegenprestatie van zijn kinderen, van ons.

En als wij dan – zoals het goede kinderen betaamt – op eigen benen kunnen staan en onze eigen boontjes doppen, dan komen de zorgen voor de materiële dingen erbij: we zouden graag toch een eigen huis hebben, en een auto hebben we ook nodig om ons te verplaatsen. Bovendien houden gewiekste marketeers ons voor dat we deze smartphone of die nieuwe gadget absoluut nodig hebben om mee te tellen. We mogen het nog zo ontkennen: we ontsnappen er niet aan. Al gauw wordt de grootte van het huis, het model van de smartphone of de kostprijs van dat nieuwe gadget vergeleken met die van anderen. En zonder dat we het goed en wel beseffen, zijn we vertrokken in de ratrace van groter, meer of beter…

Nu is er niks mis met een degelijk huis. En van het nut van een smartphone moet ik wellicht ook niemand overtuigen. Maar Jezus waarschuwt ons wel vandaag: wees er geen slaaf van. Lig er niet wakker van, want het is uiteindelijk maar bijkomstig. Het belangrijkste is wat God wil: als je jezelf echt vrij wil maken omwille van Hem, dan moeten we ons niet te veel hechten aan tijdelijke rijkdommen. Die uiterlijkheden jagen “de heidenen” na, aldus het evangelie; zij die niet geloven. Of misschien: zij die wel zouden willen geloven, maar afgeleid zijn. Wij allemaal, dus. We hebben het allemaal zo graag zelf in handen. We willen Zijn Liefde verdienen. En als we het goed doen, vinden we ook dat we er recht op hebben. Maar die menselijke logica volgt God niet. Hij is de totaal Andere, Hij zal je geven wat je echt nodig hebt. Daar moeten we op vertrouwen.

Pas als je in vertrouwen kan loslaten wat je hebt, kan je echt innerlijk vrij zijn. Dat besef is het verschil tussen “hebben” en “zijn”. Wie niet moet bezig zijn met “hebben”, kan “er zijn” voor de ander/Ander – “Ik zal er zijn voor jou”, naar het beeld van de zorgzame Vader.