“Vier egoïstische redenen voor noodzakelijke transitie” – interview met Peter Tom Jones

Ik leerde de ideeën van Peter Tom Jones voornamelijk kennen via het boek dat hij samen met Vicky De Meyere schreef: Terra Reversa. De transitie naar rechtvaardige duurzaamheid. N.a.v. het economie-dossier dat ik voor Tertio (9 april 2014) samenstelde, had ik een interview met hem.

Volgens Peter Tom Jones, voorzitter van i-Cleantech Vlaanderen en onderzoeksmanager van KU Leuven, laat de Econoshock-analyse van Geert Noels een aantal schokken onvermeld. “De voornaamste is wellicht de grondstoffencrisis, die je uiteraard ook niet onafhankelijk kan zien van de energie-, klimaat- en bevolkingsshocks. Samen vormen die de perfect storm.

Grondstoffen-shock

Bij de drie types grondstoffen dreigt een tekort. Wat de energy materials betreft, is het probleem vrij goed gekend : zowel de conventionele fossiele bronnen (olie en gas) als de niet-conventionele (o.m. schalie en teerzanden) versterken het klimaatprobleem en moeten we zoveel mogelijk in de grond houden. Maar ook de niet-energetische, fossiele grondstoffen vormen een probleem. Zo heeft bijvoorbeeld China 90% van de markt in zeldzame aardmetalen in handen ; zij hadden die metalen vroeger niet nodig, maar nu ze meer en meer zelf in duurzame technologie investeren, komen die grondstoffen steeds moeilijker tot bij ons. Gelijkaardige problemen gelden voor andere kritieke metalen. Europa heeft daar een enorm nadeel: we hebben hier amper kritieke metalen in onze ondergrond. Laat het nu net die metalen zijn die we hier gebruiken in groene technologie zoals windmolens. Het derde type grondstof is dat van de biomassa. Ook daar worden we met de nodige beperkingen en (ethische) problemen geconfronteerd. Denk maar aan het debat over de biobrandstoffen.

Focus op oplossingen

De problemen zijn gekend: grondstoffencrisis, afvalproblemen, fundamentele ineenstorting van biodiversiteit – nog zo’n onderschat probleem dat in de wetenschappelijke literatuur nochtans goed gedocumenteerd is. Toch mogen we er niet te lang bij blijven stilstaan. Mensen worden al snel milieumoe, gaan er passief of zelfs cynisch mee om. Daarom zoek ik liever naar oplossingen. Een Low Carbon Circular economy moet van onderuit beginnen, per wijk, per gemeente, per provincie, per land. Slechts zo zijn we de beste katalysator voor verandering op wereldschaal. Pas als we het in het westen zelf doen, hebben we moreel recht van spreken om anderen, zoals de groeilanden, normen op te leggen.

Er worden vele positieve initiatieven genomen, op kleiner en groter niveau. Steeds meer steden en provincies nemen zich voor om klimaatneutraal te worden. Autodelen en fietsdelen worden hoe langer hoe populairder, vooral in steden. Een dergelijke economy of use maakt andere businessmodellen mogelijk.

We zien dat bedrijven bijna vanzelf overschakelen naar een milieuvriendelijkere productie, precies omdat het ook economisch interessant wordt. Zeker in de bouwsector is dat opvallend. Klassieke bouwbedrijven zullen mee moeten, of ze zullen failliet gaan. Het is gewoon financieel interessanter om zo duurzaam mogelijk te bouwen, zowel voor aannemer als voor bouwheer. Als je weet dat gebouwen voor zo’n 40 à 50% van de CO2-uitstoot zorgen, dan heeft het een directe positieve impact op het milieu. De nieuwbouwmarkt schuift in versneld tempo op richting energiezuinige en bijna-energieneutrale gebouwen. De Balk van Beel in Leuven is daar een mooi voorbeeld van: het project haalt de ene na de andere internationale duurzaamheidsprijs binnen.”

Transitie

“In mijn lezingen benadruk ik tegenwoordig vooral vier egoïstische redenen voor de noodzakelijke transitie. Een duurzame economie is in de eerste plaats goed voor de werkgelegenheid. Er zijn tal van Europese projecten die dat aantonen. Een voorbeeld: als we massaal inzetten op duurzame renovatie van gebouwen, levert dat netto 2 miljoen jobs op in Europa.

Het aantal cleantech-jobs compenseert dus ruimschoots het verlies aan jobs van de oude economie. Bovendien zal transitie onze energiefactuur doen dalen, omdat we minder nodig hebben van de steeds schaarsere en dus duurdere energiebronnen en grondstoffen.

Een derde voordeel is de herwonnen autonomie. Als je voor alles helemaal afhankelijk bent van buitenlandse leveranciers, kan het gevaarlijk worden. Denken we maar aan de crisis in Oekraïne en Rusland: Poetin domineert Europa, dat niet durft te reageren, want de Duitse economie is voor een groot deel afhankelijk van Russisch gas. In België is de situatie momenteel al helemaal dramatisch: we zetten in op fossiele bronnen én betalen handenvol om deze energie te importeren.

Tenslotte is er ook een aantoonbare link tussen fossiele brandstoffen en gezondheid. Een duurzame economie reduceert fijn stof en vermindert de kans op hart- en vaatziekten en ademhalingsproblemen. Een klimaatbeleid leidt dus rechtstreeks tot grote gezondheidsvoordelen.”