Strijders van het Licht

Bij wijze van Paaswens deel ik graag mijn paashartje uit de laatste Tertio (van 16 april 2014).

Sinds kort noem ik mezelf een Strijder van het Licht. Hoe dat komt? Mijn vrouw en medestrijder leerde via een collega de Braziliaanse schrijver Paulo Coelho kennen. Niet de man zelf, natuurlijk, wel een boek dat die collega aanraadde. In no time kreeg De alchemist een ereplaats in onze boekenkast.

Paulo Coelho is een bijzonder figuur. Als jongvolwassene lieten zijn ouders hem in de psychiatrie opnemen omdat hij niet het pad wilde volgen dat zij voor hem hadden uitgestippeld. Toen hij zijn jeugddroom (schrijver worden) opgaf, ging hij, alweer omdat zijn ouders dat zo graag wilden, rechten studeren. Dat hield hij niet lang vol en na een zwerversbestaan als hippie en staatsgevaarlijke songwriter – met de obligate drugs – trok hij in 1986 naar het noordwesten van Spanje om er 800 km van de camino naar Santiago af te leggen.

Coelho noemde deze tocht achteraf zijn “spiritueel ontwaken”. Het jaar erop schreef hij De alchemist, niet alleen om zijn eigen spirituele tocht een plaats te geven, maar ook om zijn inzichten met de hele wereld te delen.

Sindsdien produceert Coelho ongeveer 1 roman per 2 jaar. Op die manier is zijn jeugddroom toch uitgekomen. De man schrijft niet alleen romans, maar ook essays en columns. 133 van die columns zijn gebundeld in De strijders van het licht. Een handboek. Ze getuigen van zijn voortdurende spirituele zoektocht naar universele en bevrijdende waarheid.

“Ik ben een strijder, geen wijs man,” zei Coelho ooit in een interview. En toch: het boek is een verzameling korte levenswijsheden. Met zijn columns toont Coelho dat hij geworteld is in de katholieke traditie, met aandacht en belangstelling voor andere grote spirituele tradities. Hij verwerkt teksten van andere religies, met groot respect en met zin voor nuance.

“Wat is een strijder van het licht?” vraagt de jongen uit de proloog aan een mysterieuze vrouw die hem de klokken van een gezonken kerk laat horen. Zij antwoordt: “Het is iemand die in staat is om het wonder van het leven te begrijpen, om tot het einde te strijden voor iets waarin hij gelooft, en – dan – de klokken te horen die diep in de zee door de stroming gestreeld worden.” En tegen wie zichzelf niet als strijder ziet: “Iedereen kan het. En niemand ziet zichzelf als strijder van het licht, hoewel iedereen het is.”

Een strijder van het licht heeft tegenslagen, kiest zorgvuldig zijn tegenstander uit, herkent direct een medestrijder. Overgave is zijn kenmerk. Zijn belangrijkste woorden zijn ja, liefde en God. Hij moet een beetje gek zijn om een volgende stap te zetten.

Een strijder herkent de onvoorwaardelijke Liefde van Witte Donderdag. Hij herkent de diepe duisternis van Goede Vrijdag. Hij bidt in de Stilte van de Zaterdag. En hij gelooft in het Nieuwe Licht van Pasen. Zijn vreugde is niet uitbundig. Maar wel intens. Daarom noem ik mezelf sinds kort ook Strijder van het Licht.