In verbondenheid

Vorige week verscheen een nieuw “hart” in Tertio (Tertio 748 van 11 juni 2014). Het werd als het ware een evaluatie van mijn eerste semester “op” Facebook.

Ik moet u iets bekennen. Tot vorig jaar was ik vrij categoriek over Facebook : ze zouden mij daar nooit zien. Met beperkt twitteren en bloggen was ik langer aan het experimenteren, maar Facebook? Dat was iets voor eenzaten met teveel tijd, die hun vrienden verlekkerden met ongenaakbare vakantiekiekjes, en die en passant de dieven op het juiste spoor zetten om hun slag te slaan. Nee, bedankt. Ik heb al genoeg aan mijn eigen real life. Een beetje online ascese kan in deze geen kwaad.

Totdat mijn vrouw vorig jaar bij mijn diakenwijding een boek cadeau kreeg met briefwisseling tussen de Franse priester Henri Caffarel en een gehuwde vrouw, Camille, die vrijzinnig werd opgevoed, maar zich uiteindelijk net voor haar huwelijk liet dopen (Gedragen door God. Overwegingen bij de briefwisseling tussen Camille C. en Henri Caffarel). In een brief over de zin en onzin van “verstervingen” schrijft ze de volgende wijze woorden: “Alle moderne middelen die het werk verlichten, mag men niet misprijzen onder het voorwendsel van zich te versterven, maar men moet ze beschouwen als middelen om meer beschikbaar te zijn voor God en voor de anderen.”

Vreemd hoe een enkele zin uit een volledige briefwisseling een mens aan het denken kan zetten. Lang voor de uitvinding van het internet (Camille overleed in 1971 op 71-jarige leeftijd) had deze vrouw al door dat de technologie an sich niet verkeerd is, maar wel de manier waarop we er al te afhankelijk van worden. Zou er dan toch een derde weg mogelijk zijn, ergens tussen obsessief vermijden en maniakaal gebruiken? Als zelfs de paus twittert, dan zal dat toch niet zo verkeerd zijn? En was mijn bisschop niet ook te vinden op Facebook?

Het denkproces dat die ene zin in gang zette, werd gevoed door de pauselijke brief van eind vorig jaar, Evangelii Gaudium. Daarin was de Heilige Vader lyrisch over het gebruik van nieuwe technologieën voor nieuwe evangelisatie. Eind januari – een paar weken nadat ik uiteindelijk mijn eerste stappen op Facebook had gezet – noemde hij het internet zelfs onomwonden “een geschenk van God”.

En dus “zit” ik sedert het begin van dit jaar ook op Facebook. Na één week had ik al bijna 100 vrienden. Zo snel gaat het dus. En inderdaad, het heeft zijn beperkingen: hevige discussies met al dan niet bijna-krachttermen vliegen in het rond, de persoonlijke aanvallen tieren welig, het niveau van de meeste discussies overstijgt nauwelijks het gemiddelde verkiezingsdebat.

En toch. Hier en daar leer je nieuwe mensen kennen, van wie je nieuwe dingen leert en hoopt dat je ze binnenkort in real life tegen het lijf loopt. Hier en daar ontluikt een echte interconfessionele dialoog, met respect voor de identiteit van de gesprekspartner. Dat is al heel wat, dezer dagen. Hier en daar word je uitgenodigd mee te leven, in verbondenheid. Dan kan je er even zijn. Al is het misschien vluchtig, soms is dat even genoeg. Goddank.