Maandelijks archief: januari 2015

Poëzieweek

Vanaf vandaag start de Poëzieweek, de enige week waarin het zachte woord van de poëzie wat harder mag klinken.

Om die week te vieren schrijf ik deze week elke dag een gedicht. Aangezien ik – zoals Gerard Vermeersch z.g. – verliefd ben op de eerste strofe, zullen het korte gedichten zijn. Een haiku-reeks lijkt me uiterst geschikt om deze week op te luisteren.

Beste lezer, ik wens je een deugddoende Poëzieweek.

Hoe is ‘t?

OH-EvEr Contact is een nieuw infoblaadje van Onderlinge Hulp Evergem-Ertvelde. Voor het eerste nummer (van december 2014) schreef ik de volgende column:

“Hoe is ‘t?” “Goed, en met jou?”
“Ook goed.”
Hoeveel keer zouden we dat gesprek al gevoerd hebben? Misschien gisteren of vandaag nog.

Maar weten we dan ook echt hoe het met iemand gaat? En durven we dan zelf ook echt zeggen hoe het met ons gaat? Stel de vraag aan zieken. Die durven het meestal wel zeggen als ze een mindere dag hebben. Ze spreken over de kleine kwaaltjes en pijntjes. En hoe de fantastische verpleegsters dat met de juiste dosis medicatie konden oplossen. Maar hoe ze zich in hun binnenste voelen, de twijfel over hun spoedige herstel, of ze nog dit of dat zullen kunnen, of ze nog weer “de oude” zullen worden, daarover spreken ze meestal niet.

En toch. Toch is het belangrijk om te weten en te zeggen hoe het echt met je gaat. Ziek of niet ziek. Dat je je zorgen van elke dag kan delen met wie je samen leeft. De kleine zorgen (“onze Louis is wat ziekjes”) en de grote zorgen (“Het gaat slecht op ’t werk. Zal ik wel kunnen blijven?”).

Niet dat ze ineens verdwijnen door erover te spreken. Maar we kunnen ze tenminste delen. Dan wordt de vraag “Hoe is ‘t?” geen lege beleefdheid, maar wel een oprechte vraag:

“En hoe is ’t nu echt met je?”

Lees verder

Voor de Geest gaat niemand verloren

Voor de Zondag van de doop van Christus mocht ik de volgende preek uitspreken:

Een paar jaar geleden vroeg, ergens in Vlaanderen, een parochiepriester aan ouders die hun kindje wilden laten dopen : “De Heilige Geest, wat is dat voor u ?” De ouders moesten het antwoord schuldig blijven, ook na herhaaldelijk aandringen. De medepastoor, die ook aanwezig was, schoot de ouders te hulp: “Confrater, dat is een moeilijke vraag; ik zou er u ook niet kunnen op antwoorden.” Lees verder