Voor de Geest gaat niemand verloren

Voor de Zondag van de doop van Christus mocht ik de volgende preek uitspreken:

Een paar jaar geleden vroeg, ergens in Vlaanderen, een parochiepriester aan ouders die hun kindje wilden laten dopen : “De Heilige Geest, wat is dat voor u ?” De ouders moesten het antwoord schuldig blijven, ook na herhaaldelijk aandringen. De medepastoor, die ook aanwezig was, schoot de ouders te hulp: “Confrater, dat is een moeilijke vraag; ik zou er u ook niet kunnen op antwoorden.”

Bij “Vader” en “Zoon” kunnen we ons meestal wel Iemand voorstellen, bij “Heilige Geest” wordt het moeilijker. Nochtans: als Johannes de Doper Jezus doopt, dan doet hij dat met water, maar van zodra Jezus uit het water komt, daalt de Geest op Hem neer. Even voordien had Johannes het al gezegd: “Ik heb u gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest.” Johannes geeft ons de sleutel in handen voor ons christelijk doopsel. Niet de priester of diaken doopt, maar wel God zelf, met zijn Geest! God zorgt ervoor dat de Heilige Geest over ons komt.

De Geest is God zelf die in ons komt wonen. We mogen dat beseffen, telkens we een kruisteken maken: God de “Vader” – die ons verstand te boven gaat; de “Zoon” – die neergedaald is op aarde; de “Heilige Geest” – die in ons is komen wonen. Mogen wij dat dan met de hele gemeenschap be-“amen”.

Als wij door het doopsel volgelingen van Christus worden, dan mogen we erop vertrouwen dat ook wij bezield worden door de Heilige Geest; dan mogen we erop vertrouwen dat God, via Christus, tot ons spreekt: “Gij zijt mijn Zoon/Dochter, mijn veelgeliefde.” We mogen ons door God bemind weten, zoals een Vader zijn kinderen graag ziet. Wanneer we dat beseffen én aanvaarden, dan weten we dat de H. Geest werkzaam is in ons.

Maar, zo zegt de schrijver van de Johannesbrief, tussen het water en de Geest van het doopsel zit ook het bloed van het kruis: “Hij is het die gekomen is met water en bloed, Jezus Christus.” We mogen dan wel Christus navolgen (of: willen navolgen) door het water van het doopsel, het zal niet vanzelf gaan. Als we vandaag rondom ons kijken, dichtbij of wat verder af, dan weten we wat de Johannesbrief bedoelt: Syrië, Irak, Parijs… Er vloeit bloed, we voelen ons radeloos, we zien het niet meer zitten. Net op dat moment komt de “derde getuige”, God zelf, als H. Geest. Want dat is zijn belofte: dat Hij ons nabij zal zijn, zelfs al vloeit er bloed.

“Zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gezonden, opdat wij allen zouden leven, en nooit verloren gaan.” De Heilige Geest zorgt ervoor dat niemand verloren gaat.