Zouden we durven?

Dit weekend mocht ik opnieuw preken, over het evangelie van de “vissers van mensen”. Hieronder deel ik graag mijn homilie bij de lezingen van de dag:

Het evangelie dat we zonet hoorden, wordt wel eens gebruikt bij een Eerste Communie. Het is zo makkelijk uit te beelden. We kunnen het ons zo makkelijk voorstellen. Maar bij een al te geromantiseerde voorstelling van het verhaal lezen we zo makkelijk over sommige zinnen.

Ten diepste gaan de lezingen van vandaag over het wezen van de kerk: “Ze brachten de boten aan land en lieten alles achter om Hem te volgen.” Daar zit veel achter. Zeker als we even kijken welke sleutels Paulus ons aanreikt om het verhaal beter te begrijpen. Paulus was een fervent vervolger van christenen. Gewapenderhand trachtte hij hen uit te roeien. Het was immers ongehoord dat een eenvoudige mens als Jezus, gestorven aan het kruis, zou opstaan en aan zovelen zou verschijnen.

Ondanks alles verschijnt Christus ook aan Paulus, die zichzelf “misgeboorte” noemt. Wanneer hij de kracht van Christus aan den lijve ervaart, beseft hij dat het niet vrijblijvend is wat hij daar nu mee doet. En hij beseft zijn gebreken. Desondanks ervaart hij een genade die hem bekeert. Die genade maakt dat Christus werkbaar is in hem, doet hem opstaan, doet hem verkondigen.

De twee elementen zijn belangrijk: dat hij zijn gebreken heeft en dat hij, geraakt door de Liefde van God, Christus verkondigt. En tegelijk alles achterlaten om Hem te volgen. Het lijkt van het goede te veel. Maar het mag ons niet verlammen. Paus Franciscus heeft dat in het begin van zijn pontificiaat zo treffend verwoord: “Liever een geblutste kerk die haar handen vuilmaakt dan een zelfvoldane kerk die zich vastklampt aan het comfort van haar zekerheden.”

De genade van God is geen garantie voor een rimpelloos leven vol zekerheden. Het leven is niet makkelijk, ook niet als je gelooft. En wat de toekomst brengt, weten ook gelovigen niet. Immers, als we leven naar het woord van Jesaja, dan heeft het leven onvermijdelijk verrassingen in petto. “Heer hier ben ik,” hoorden we in de eerste lezing. Dat betekent zoveel als: “Ik ben beschikbaar.” Maar ook: “Zend mij.” Anders gezegd: “Zeg mij wat ik moet doen.” We tonen ons bereid om de weg van Christus te volgen, maar die is zo onvoorspelbaar, dat we wel vertrouwen moeten hebben dat Hij ons, met vallen en opstaan, de juiste richting op stuurt.

Dat maakten ook de apostelen mee, toen ze hun boten achterlieten en Hem volgden. Ze hadden de moed om de zekerheden achter zich te laten en te gaan waar Hij hen heen stuurde. Ze klampen zich niet zelfvoldaan vast aan hun comfort van zekerheden, maar gaan geblutst, geschaafd en gewond hun handen vuilmaken, niet wetend wat hen te wachten staat. Zouden wij vandaag zo’n kwetsbare kerk durven zijn?