Heb je mij lief?

Goede vrienden

Stel je even voor dat je geliefde je tot driemaal toe zou vragen: “Zie je me graag?” De eerste en wellicht ook de tweede keer zal je daar met volle overtuiging “ja” op antwoorden. Maar als hij/zij het nog een derde keer vraagt, zou het wel eens kunnen dat een gevoel van moedeloosheid je overvalt en dat je je afvraagt: “Waarom vraagt hij/zij dat nu nog eens? Gelooft hij/zij mij niet, misschien?” Je zou van minder “bedroefd” worden.

Tot drie maal toe stelt Jezus vandaag aan Petrus dezelfde vraag: “Heb je Mij lief?” En nadat Petrus tweemaal bijna achteloos heeft gezegd: “Gij weet dat ik U bemin”, wordt hij bij de derde maal “bedroefd”. We kunnen het ons zo voorstellen dat Petrus begint te twijfelen: Waarom vraagt Hij het nu nog eens? Zou Jezus twijfelen aan zijn oprechtheid? Zou de liefde niet wederzijds zijn?

We weten uit de evangeliën dat Jezus een uitstekende leraar was. Hij kende de pedagogische knepen van het vak. Als Hij drie keer dezelfde vraag stelt, dan wil Hij geen voor de hand liggend, maar een weloverwogen en doordacht antwoord. Maar de drievoudige vraag van Jezus is veel meer dan zomaar een “pedagogische truck”. Alsof Petrus nog niet over de consequenties van zijn “leerling-zijn” heeft nagedacht.

Nee, vrienden, we moeten deze drievoudige vraag anders lezen. U en ik zouden ze stellen om onszelf ervan te overtuigen dat wij de moeite waard zijn om bemind te worden. Jezus’ reactie is anders. Hij weet zich al bemind. Dat Hij de Zoon is, gezonden door de Hemelse Vader, is een refrein dat bij Johannes voortdurend terugkeert. Jezus moet zichzelf dus niet meer overtuigen. Hij wil Petrus – en ook ons – doen nadenken over ons engagement. Als we met volle overtuiging Christus willen navolgen, moeten we goed beseffen dat het niet van een leien dakje zal lopen én dat het een levenvullend (en vervullend) engagement is.

Jezus stelt de vraag uit bezorgdheid. Hij weet dat er ons als mensen moeilijke momenten wachten. Hij beseft maar al te goed dat Liefde niet op zich kan staan. Die Liefde is niet zomaar een of ander wollig afkooksel van een “coup de foudre”; Jezus heeft het over radicale Liefde – radicaal in de betekenis van “geworteld”. Onze Liefde voor God – en voor de mensen – verloopt langs Jezus, die wij Christus noemen. Onze Liefde voor God is “geworteld in Christus”, en in die zin radicaal.

Een geworteld getuigenis, daar kan de wereld niet naast kijken. Dat ondervinden ook de apostelen in de eerste lezing van vandaag. Je mag mensen nog zoveel verbieden als je wil, hun bron van inspiratie kan je niet wegnemen. Het is de Geest die hen doet getuigen, tegen het bevel van de overheid in. Wie zich gegrepen weet door Christus, kan dat niet wegsteken. Die kan niet achter zijn eigen voordeur blijven staan. Het is eigen aan de roeping van christenen de medemensen lief te hebben, wie ze ook zijn en vanwaar ze ook komen.

Dat dat soms pijnlijk is, daarvan hoef ik u de laatste weken niet te overtuigen. En toch. Toch is het onze roeping de wereld lief te hebben zoals hij is. Met een Liefde die zich van alle wolligheid ontdaan heeft. Met een “rauwe” Liefde die alles overstijgt. Met een Liefde die vraagt: “Volg mij.” Niet naïef, niet blindelings, maar in vertrouwen. Zouden wij durven op die vraag “ja” te antwoorden?