Passage tijdelijk, muziek eeuwig

homepage_large.d6cd9b97You and I is een collectie onuitgebrachte songs van de in 1997 verdronken zanger-gitarist Jeff Buckley. De intimiteit van de zanger die zich enkel door zijn eigen gitaarspel laat begeleiden maakt deze erfenis nog beklijvender.

Het album opent met Just Like A Woman, dat bij Buckley klinkt als een intieme gitaar-stem-song, jazzy en melancholisch-ingetogen. Het is geweldig hoe een minimalistische aanpak op zijn best een plaat kan vullen. Deze 6:30 durende sfeersong is niet minder dan geniaal.

Catchy slagwerk neemt Everyday People op sleeptouw, waarna ritmisch gitaarspel het overneemt. “My belief is in my song”, zingt Buckley. Hij mag zich dan wel Everyday People voelen, deze jongen is geen gewone jongen, zijn lied is niet alledaags. Zijn stem houdt het midden tussen breekbaar vertellen en sterke soulvolle uithalen. Het lijkt wel alsof er in deze song geen tussenin is.

Don’t Let the Sun Catch You Crying is nog maar eens een bewijs van het talent van de jonge Buckley – de opnames zijn uit 1993; Buckley was toen 26. We horen een sobere, maar indrukwekkende gitaarsolo. Ook al gaat het verhaal dat de singer-songwriter midden in de nacht zijn moeder belde omdat hij onzeker was over het resultaat van de opnamesessie, toch hoor je het plezier waarmee hij dit lied speelt.

De eerste versie van het lied dat uiteindelijk op zijn debuutalbum zou verschijnen, neemt hij ook op: Grace. Met akkoorden en fingerpicking vertelt Buckley, ook muzikaal, een volledig verhaal. Zelfs in die oerversie is Grace al een voldragen song.

De plaat vervolgt met Calling You, alweer een zeer intimistische, minimalistische uitvoering van de Jevetta Steele-classic. De song drijft op de wat ijle stem van Buckley. Ronduit beklijvend.

Dream of You and I is een tweede eigen nummer. Buckley vertelt wat hij in een droom heeft gehoord. Technisch nog niet perfect, maar wel charmant hoe hij een vreemd verhaal vertelt over een band (“a bunch of grunge boys”), terwijl hij gewoon verder gitaar speelt. Hij noemt het een “song about aids. Or something like that.”

Het uptempo begin van The Boy with the Thorn in His Side introduceert alweer de volgende cover. En alweer zet hij het Smiths-nummer feilloos naar zijn hand en stem.

Met Poor Boy Long Way From Home levert Buckley een heerlijk lange versie af van de blues-traditional. De song is het best verteerbaar in de late uren. Het is een beetje de vreemde eend op deze plaat, zowel qua gitaarspel als qua lichtelijk distorted stemopname.

Night Flight is de Led Zeppelin-classic, maar in deze uitvoering volledig gestript. Het nummer vertolkt de naakte essentie van de nacht en de opwinding van de vlucht. Het is moeilijk om het bij zoveel moois over een hoogtepunt te hebben, maar toch maakt deze song aanspraak op dat epitheton.

Buckley besluit ook met The Smiths. I Know It’s Over is een uitgesponnen song die nogmaals bevestigt dat Jeff Buckley onmogelijk uitgespeeld en uitgezongen kon zijn toen hij op amper 30-jarige leeftijd overleed. Zijn passage was tijdelijk, zijn muziek heeft eeuwigheidwaarde. Of toch voor meer dan heel even.