Vrede zij u

Geloven na Pasen. Hoe zit het daarmee? Er is meer ruimte voor twijfel dan we soms wel denken. Daar mocht ik op deze Beloken Pasen over preken.

Hand 2, 42-47
1 Pe 1, 3-9
Joh 20, 19-31

Pasen zindert nog na. In de eerste lezing krijgen we een idyllisch beeld van de eerste christelijke gemeenschappen die samenleefden en alles deelden. Het schijnt wel de ideale wereld. Maar of het ook realistisch is? Het helpt als we beseffen dat de tekst van de Handelingen pas geschreven is rond 80 na Christus, dat wil zeggen 50 jaar na de kruisdood en de verrijzenis van Christus. Dat het dan al wat rooskleuriger wordt voorgesteld dan het wellicht in werkelijkheid was, moeten we er maar bijnemen. Maar het geeft ons het beeld van het visioen van die eerste christenen.

Al blijft de vraag: zouden zij nooit getwijfeld hebben aan de verrijzenis? Toch wel. Het evangelie van vandaag zet ons op dat spoor. Na de alles overweldigende vreugde en de zekerheid dat de Christus verrezen is, sluipt de twijfel binnen. Sommigen laten dat ook openlijk blijken, met het ultieme argument: ik heb het niet gezien, dus ik geloof het niet. Niet iedereen deelt onvoorwaardelijk het paasgeloof. Eerst zien en dan geloven, we kennen dat wel.

De verschijningsverhalen – zoals dat van Thomas – worden verteld om te tonen dat de verrijzeniservaring bij Jezus’ volgelingen echt was en nog altijd echt is. En dat we het, net als Thomas, soms moeilijk hebben dat te geloven. Maar ondanks onze twijfel is de verrezen Christus niet boos. Nochtans trekt hij op andere plaatsen in het evangelie van leer tegen “lichtgelovigen” allerhande. Met de verrijzenis is het anders. Dat is echt on-ge-loof-lijk. De verrezen Heer toont zich aan zijn leerlingen en het eerste wat hij zegt: “Vrede zij u.” Niet zomaar een gewapende vrede, maar een diepe en allesomvattende harmonie en innerlijke rust – sjaloom. Tot driemaal toe horen we “Vrede zij u.”

Christus laat de twijfel toe, hij nodigt Thomas zelfs uit om vast te stellen dat Hij het is. En Thomas ziet wat de eerste lezing noemt: “onvergankelijke, onbederfelijke, onaantastbare erfenis” van Christus en hij gelooft. “Hoe onuitsprekelijk, hoe hemels zal uw vreugde zijn”. Dat is de “Vrede” die Christus ons vandaag toewenst. Dat is de vrede die wij straks aan elkaar doorgeven.

Dat is exact waar de evangelist ons vandaag toe oproept: “Opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven moogt leven in zijn naam.”

Voor wie in die opstanding gelooft, is veel mogelijk. De vergeving van de zonden is er een van. Oprechte vergeving is een van de mooiste vruchten van ons geloof. Geen goedkope schuldformule. Wel: barmhartigheid. Vergeving – de ervaring dat Gods barmhartigheid ons ten deel valt – doet ons opstaan. Doet ons delen in de “Vrede”. Die paaservaring doet ons dromen van de ideale wereld uit de Handelingen: een eensgezinde gemeenschap die vanuit een oprecht verrijzenisgeloof intens – maar ook: in alle gebrokenheid – het leven deelt. Of met de tweede lezing: “Dan zult gij juichen, ook al hebt gij nu te lijden onder allerlei beproevingen.” Zou dat een stukje hemel op aarde kunnen zijn?