Het alledaagse wordt “Goddelijk”

Vandaag mocht ik preken over het briesje waarin God zich kenbaar maakt. Of hoe het alledaagse goddelijk wordt.

“Zal ik jou vergelijken met een zomerdag?” vraagt de Engelse dichter William Shakespeare zich in een van zijn beroemde sonnetten af. Voor dichters is zo’n vergelijking een geliefkoosde manier om hun geliefde te beschrijven. Voor gelovigen een manier om te beschrijven wat – of liever Wie – niet te beschrijven valt: God.

Van alle beelden die de Bijbel gebruikt om Gods Geest voor te stellen – van duif tot vuur – staat er bij mij eentje met stip vooraan. De bries waarin de profeet Elia God ervaart, is zo zacht dat we hem bijna niet voelen. Maar Hij is er wel, “als een heel zachte adem”. In de razende drukte van het dagelijkse leven zouden we er zo aan voorbij lopen.

Een briesje is een alledaags beeld. En dat hoort ook zo, want God gebeurt in de dingen van elke dag. Dat is de omgekeerde logica van God, zo wordt het alledaagse ongewoon en spectaculair. Als we dat beseffen, komen we God in alle mensen en in alle dingen tegen.

Laten we het als gelovigen ook eens aan elkaar vertellen, waar we God ontmoet hebben. Onze kerk heeft er nood aan af en toe gewoon samen te zitten en te getuigen waar en wanneer we die bries gevoeld hebben. In de ontmoeting op de kusttram met een jonge vrouw met autisme. Door te kijken hoe de zonnestralen door de wolken de aarde kussen. In een liefdevolle knuffel met iemand die je dierbaar is. Groots? Ongewoon? Nee, maar net dat besef maakt het gewone ongewoon en wonderlijk, ja zelfs “Goddelijk”.

En God? Die zal wel zien dat het goed is. Maar hij blijft niet onbewogen en afzijdig toekijken. Om zo’n “goddelijk” leven te leiden hebben we Hem ook daadwerkelijk nodig. Dat beseft Petrus maar al te goed in het evangelie van deze zondag. Hij zit met zijn medeapostelen in een boot en zij worden “geteisterd door de golven”. Het water staat in het verhaal symbool voor het kwade, voor alles wat ons gevangen houdt. De apostelen in de boot – de eerste kerk – worden gevangen gehouden. Alleen op Jezus heeft dat kwade geen greep. Hij staat er boven (door over het water te wandelen). Wanneer hij zijn kerk geruststelt, zegt Petrus nogal stoer: “Als Gij het zijt, dan zal ik ook over het water lopen.” En Jezus daagt hem uit: “Probeer maar.” Maar alleen kan Petrus het niet. Alleen kunnen wij het niet. Op eigen kracht alleen redt de kerk het niet. We hebben Christus nodig. En hij komt ons ook te hulp. “Terstond”, staat er in het evangelie. Hij noemt Petrus “kleingelovige”. Dat is niet zozeer kritiek aan het adres van Petrus. In het evangelie van gisteren hoorden we dat een geloof zo klein als een mosterdzaadje genoeg is om een berg te verzetten. En Petrus wordt uiteindelijk de rots op wie God zijn kerk bouwde. Het woord “kleingelovige” mogen we lezen als een woord van liefdevolle barmhartigheid. Jezus kent onze kleinheid en zwakheid, Hij deelt ze, Hij omarmt ze en pakt ons terstond bij de hand.

Hij aarzelt niet ons uit het water te trekken. Ons te laten opstaan. Ons te laten verrijzen. Ons te laten beseffen dat we zonder Hem geen kerk kunnen vormen. Hij, Jezus Christus, Zoon van God, die ons in de zachte bries zijn Geest laat voelen.

(1 Kon 19, 9a. 11-13a
Rom 9, 1-5
Mt 14, 22-33)

 

Een gedachte over “Het alledaagse wordt “Goddelijk”

  1. Helen

    Weer zo’n mooie bemoediging! ja, er is véél werk, ja het is soms lastig en stresserend werken in dienst van de Heer. Eigenlijk kunnen we het niet, zijn onze ambities te groot. Maar we moeten het niet alleen doen. HIj is er om ons bij te staan. Hij zegent met een overvloedige oogst. Hij verfrist met een zachte bries.
    Dank u voor dit woord!

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *