Olie voor onze lampen

De parabel van de domme en verstandige bruidsmeisjes roept vragen op: wie is die bruidegom? Waarom worden de bruidsmeisjes met olie verstandig genoemd? En waar is de bruid in het verhaal? Ik mocht er vandaag over preken.

Soms is het goed eerst het geheel te bekijken voordat we inzoomen. Het evangelie van vandaag is de tweede in een reeks van drie parabels. Die drie parabels – de trouwe slaaf, de wijze en dwaze bruidsmeisjes, de zorg over Gods talenten – zijn variaties op hetzelfde thema: ze tonen hoe belangrijk waakzaamheid is in de tijd tot de terugkeer van de Heer.

Op het eerste gezicht is er niet al te veel verschil tussen de domme en de verstandige bruidsmeisjes. Op het moment dat ze lang moeten wachten op de bruidegom, vallen ze allemaal in slaap. Als die bruidegom dan toch komt, midden in de nacht, worden ze allemaal wakker. Maar dan komt het verschil naar boven tussen wie voorbereid is en wie niet: de verstandige bruidsmeisjes ontsteken onmiddellijk hun lampen en staan klaar. De anderen moeten nog – en wel midden in de nacht – olie halen. Het laat zich raden: zij zijn niet op tijd voor de bruiloft.

Ja, de parabel roept ook ons op tot waakzaamheid, tot voorbereid zijn. Wie niet voorbereid is – wie zich te veel door de waan van de dag laat leiden – zal het moment dat ertoe doet missen. Er zit een zekere onrust en hoogdringendheid in het besef dat het Rijk Gods ophanden is. Wie uitstelt, riskeert te laat te komen.

Het valt ons niet moeilijk in de bruidegom Christus te herkennen. Dat hij midden in de nacht komt, is nauwelijks toeval. Is Pasen er ook niet pas gekomen bij het ochtendgloren? Met Christus gaan we door de nacht naar de verrijzenis – dat is trouwens ook Paulus’ overtuiging in zijn brief aan de christenen van Thessalonica. In het midden van de nacht – in de diepste duisternis –, breekt het Licht door.

En waar is de Bruid dan in dit verhaal? Ze wordt niet vermeld. Merkwaardig toch voor een bruiloftsverhaal? Of misschien niet, want het verhaal is nog niet ten einde. De Bruid – de Kerk – zijn wij, christenen. En dat deel van het verhaal moeten wij meeschrijven. Een wijze zuster zei ooit: “Wij worden als gemeenschap geroepen het vijfde Evangelie te schrijven.” Dat is een evangelie dat nooit vastligt, maar dat we wel actief moeten schrijven. Maar schrijven gebeurt niet zomaar. Ook daar moeten we ons op voorbereiden.

Hoe we dat concreet kunnen maken? Elk op zijn eigen waakzame wijze. Met wakkere wijsheid. “Wie om haar vroeg opstaat”, zegt het boek Wijsheid, “hoeft zich niet uit te sloven, want hij zal haar vinden, zittend aan de deur.” We moeten de wijsheid niet in alle uithoeken van de wereld gaan zoeken. Geloof in Christus en verbondenheid langs Christus met de Vader doen ons met “Geest-drift” – gedreven door de Geest – inzien dat de Wijsheid voor ons ligt. Dat we er ons kunnen op enten. Dat ze de olie geven zodat we er op tijd onze lampen kunnen mee aansteken.

Wijs 6, 12-16
1 Tess 4, 13-18
Mt 25, 1-13

Geef een reactie