Advent: God komt ons tegemoet

 

Photographer Matthias Zomer

Het is winter. Buiten is het koud. Donker. Dat de advent net nu begint, is geen toeval. De profeet Jesaja heeft het over verstokte harten, over volharden in het kwaad, over zonden, over ons afwenden, over onreinheid, ongerechtigheid. Niet alleen buiten, maar ook “binnen” kan het koud en duister zijn. En wat zouden we ons dan graag kunnen verwarmen. Thuiskomen bij God. In zijn herberg. Ons verzamelen rond zijn “stove”. Waar het vuur van liefde brandt. Waar we tot rust kunnen komen. Tot onszelf. En waar we “gemeenschap” vormen, om het met een woord van Paulus te zeggen, en elkaar vinden als “broeders” en “zusters”.

De woorden van de profeet Jesaja laten er in elk geval geen twijfel over bestaan: dat verlangen naar liefde, warmte, gemeenschap, naar diepe verbondenheid met God, onszelf en elkaar. Dat verlangen gaat ongelooflijk diep. Jesaja schreeuwt het uit: Scheur toch de hemel open en daal af. Keer U tot ons. Kom ons tegemoet.

Ja, tegemoet komen. Dat is wat het woordje advent letterlijk betekent: God komt ons tegemoet. We mogen erop vertrouwen, zegt Paulus, dat God naar ons toe komt. Hij is ‘genade’, Hij is/wordt ons ‘gegeven’. En zijn liefde zorgt ervoor dat we in ieder opzicht rijk begiftigd zijn en niets te kort komen en kunnen standhouden, te midden van de duisternis en de koude die het leven onvermijdelijk mee brengt. Dat we gered worden van de dood. Niet ‘overleven’, maar ‘leven’. Ten volle mens zijn.

En die liefde van God, die komt onverwacht. We kunnen liefde niet afdwingen, niet forceren, niet opeisen. Liefde wordt in vrijheid gegeven en ze wordt ontvangen door het hart dat zich ervoor openstelt. Wees daarom waakzaam, zegt Jezus. Leef met open ogen en oren. Wat echt doet leven, wat ons echt leven geeft, gaat schuil in het kleine, het broze, het kwetsbare. In een kind, zo zal Kerst ons vertellen. Vrucht van liefde bij uitstek.

Laten we tijdens de advent doen waar het ten diepste op aankomt: onze harten openstellen voor de liefde van God. Met lege handen voor hem gaan staan. Wachten op zijn komst. Verlangend naar hem uitzien.

Gods liefde komt als licht in de duisternis. Zoals de zon die opgaat bij dageraad. Ze laat ons de vlinder zien in de rups, de arend in het ei, de heilige in de gebroken mens, het leven in de dood, de nabijheid in de afstand, het goddelijke in de mens en de mens in het goddelijke, zei de Indische priester Anthony De Mello. Laat ons wakker zijn wanneer die zon opkomt en begint te schijnen.

Js 63, 16b-17, 19b;64, 3b-7
1 Kor 3, 9
Mc 13, 33-37