Vloeken is soms ons eerste gebed

Soms klinken de lezingen cynisch in het licht van de actualiteit. Wat moet je daar dan mee? Je kan alleen maar in alle kwetsbaarheid erop wijzen dat we het allemaal niet alleen moeten doen. Ik mocht er vandaag over preken.

Goede vrienden

Ik moet u iets bekennen. Deze week heb ik hartsgrondig gevloekt, toen ik het rapport onder ogen zag over seksueel misbruik in de katholieke kerk in Amerika. De cijfers zijn hallucinant: 1.000 slachtoffers, 300 daders, een systeem van geheimhouding. Het misbruik werd door de beleidsverantwoordelijken systematisch onder de mat geveegd om de naam en faam van “het instituut” te vrijwaren. Dan klinken de woorden van Paulus van vandaag bijzonder wrang: “Let nauwkeurig op hoe ge u gedraagt; als verstandige mensen, niet al dwazen. (…). Wees verstandig maar tracht te begrijpen wat de Heer wil.”

Tja.

Eerste gebed

Hadden ze Paulus dan niet gelezen? Werden ze dan niet bezield door de heilige Geest? Begrepen ze dan de wil van de Heer niet goed? We kunnen de vragen alleen maar laten klinken. Zoals we dat in 2010 deden, toen hier het misbruik door een bisschop en veel andere misbruiken bekend raakten. De vragen klinken en mogen/moeten klinken. Zonder zinnig antwoord, want dat is er niet. Vloeken, dat is ons eerste antwoord. Dat is ons eerste gebed. God, hoe is dat nu toch mogelijk?

Geen abstract begrip

En toch. In alle voorzichtigheid en in alle kwetsbaarheid kunnen de lezingen van vandaag ons op weg helpen onze roeping als kerk ten diepste te begrijpen. “Ik ben het levende brood”, zegt Jezus. Hij laat ons alweer verstaan dat het uiteindelijk niet om ons, maar om Hem gaat. Laten we dat toch goed beseffen. Alles in ons doen en laten moet verwijzen naar Jezus en zijn – “onze” – Vader. Goede vrienden, “de kerk” is geen abstract begrip, geen log instituut. De kerk, dat zijn wij. En we kunnen alleen maar oprecht kerk zijn, als we ons helemaal laten doordringen van Gods Geest. Die relatie met God is het vertrekpunt van ons individueel gelovig leven. Het is – in de eucharistie – bovendien het beginpunt van kerk-zijn. We ontvangen straks het Lichaam van Christus om het hier en nu ook te worden. En daar hebben we elkaar voor nodig. Alleen kunnen we dat niet. Heeft Hij het niet beloofd dat Hij er zou zijn “waar twee of meer in mijn naam samen zijn”? God – in Vader, Zoon en Geest – houdt altijd zijn belofte. “Word wat je eet”, zei kerkvader Augustinus. Een krachtig teken van kwetsbaarheid. In alle eenvoud.

In elk slachtoffer

Jezus breekt zijn Lichaam voor ons. We kunnen Hem herkennen in elke gebroken mens. In elk slachtoffer. Jezus geeft ons zijn Bloed te drinken. In elke gapende wonde is Hij aanwezig. Daar kunnen we vanop aan. Wie het mens-zijn zo oprecht met elkaar deelt, krijgt echt voedsel en echte drank. Vangt een glimp op van wat Jezus “eeuwig leven” noemt.

Attent voor Zijn Woord

Vrienden, dat kunnen we inderdaad niet alleen. We hebben er elkaar voor nodig. Uiteindelijk vormen we zo – in alle nederigheid, maar ook in alle oprechtheid – kerk. Laten we ons daarvoor maar leiden door Gods Wijsheid, zoals de eerste lezing zegt: “Laat uw onnozelheden varen en ge zult leven, bewandel de weg van de wijsheid!” En ja, laten we af en toe maar eens vloeken. Om God te laten horen dat we ermee zitten. Maar laten we elkaar er ook op wijzen attent te zijn voor zijn Woord. Niet alleen door wat we zeggen. Misschien nog het meest door wat we doen en hoe we het doen.

(Spr 9, 1-6

Ef 5, 15-20

Joh 6, 51-58)