Koning

Wat hebben Titanic, Paulo Coelho en Tourist LeMC te maken met het feest van Christus Koning? Een preekje…

Herinner je je nog die scene uit Titanic? In die film van 1998 gaat Jack Dawson, een van hoofdpersonages, samen met een vriend vooraan op het schip staan, met de armen breed, terwijl hij uitschreeuwt: “I’m the king of the world– Ik ben de koning van de wereld.” Op dat ene moment voelt Jack zich de koning te rijk.

Romantische verbeelding

Die scene uit Titanic zegt ons meer over wat de Bijbel met koningschap bedoelt dan we misschien op het eerste gezicht vermoeden. Jack is aan boord van de Titanic, op weg naar Amerika – zijn Beloofde Land – en richt de blik op de toekomst, op het visioen, op de vervulling. Niet toevallig zit die blik ook in de teksten van de eerste en de tweede lezing. In dat ene moment valt voor Jack alle goeds samen. Alsof hij echt koning is van een land – of het zou kunnen worden. Dat geldt ook voor Jezus. Hij is een timmermanszoon. Je moet al heel veel romantische verbeelding hebben om hem je als koning van een concreet land voor te stellen.

Status en macht?

En toch. Jezus zegt tegen Pilatus: “Mijn koningschap is niet van deze wereld. Mijn koningschap is niet van hier”. En nog: “Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen”. In die woorden wordt duidelijk wat Jezus bedoelt. In wat Hij doet en zegt, verwijst Hij naar de Vader, naar God die “alfa en omega is”, zoals de tweede lezing aangeeft. Maar wie het niet wil horen, begrijpt niet wat Hij zegt. Anders gezegd: Pilatus blijft doorvragen over de status en de macht die verbonden zijn aan het koningschap, terwijl Jezus hem aan het verstand probeert te brengen dat het Hem hoegenaamd niet om de status en de macht. Zijn koningschap  is van een totaal andere orde. Hij brengt geen troepenmacht op de been die het op het slagveld tegen andere heersers opneemt. Of toch niet letterlijk. Want Hij heeft wel volgelingen. Christenen – wij dragen zijn Naam omdat we willen delen in zijn koningschap.

Strijders van het Licht

Nee, wij zijn geen gewapend leger – verre van. Maar we worden wel geroepen om strijdbaar te zijn voor wie tegen het evangelie ingaat. We zijn – in de woorden van de Braziliaanse schrijver Paulo Coelho – “strijders van het Licht”, in navolging van Christus, die ons als koning voorgaat.

Intens

Een strijder van het Licht heeft tegenslagen, kiest zorgvuldig zijn tegenstander uit, herkent direct een medestrijder. Overgave is zijn kenmerk. Zijn belangrijkste woorden zijn ja, liefdeen God. Hij moet een beetje gek zijn om een volgende stap te zetten. Een strijder herkent de onvoorwaardelijke Liefde van Christus, de koning. Hij herkent de diepe duisternis. Hij bidt in de stilte van zijn hart. En hij gelooft in de vredevorst die binnenkort geboren wordt. Zijn vreugde is niet uitbundig. Maar wel intens.

Puur en onversneden

Ja, dat is inderdaad een koningschap van een andere orde. Het lijkt kwetsbaar. Niet duurzaam. Makkelijk te breken. Maar dan komt God met een belofte – en zoals we weten: als God iets belooft, houdt Hrij Zijn woord: het koningschap van de Mensenzoon is zonder einde en zal niet vernietigd worden. Uiteindelijk drijft de liefde boven. Zonder compromissen. Puur en onversneden. Zoals de jonge Antwerpse troubadour Tourist LeMC het zo mooi zingt: “Met de liefde onderhandel je niet.”

(Daniël 7, 13-14
Apok 1, 5-8
Joh 18, 33b-37)