Vreugde

Op deze Gaudete-zondag – de derde zondag van de Advent – mocht ik preken. Over het vuur dat ons aanspoort. Over de Geest die ons drijft. Over de vreugde.

Goede vrienden

“Jubel van vreugde”, “verheugt u in de Heer”. De vreugde spat er van af in de lezingen van vandaag. Er staat iets groots te gebeuren. We kijken er reikhalzend naar uit. De verwachtingen zijn hooggespannen.

Loos alarm

Als je verwachtingsvol naar iets of iemand uitkijkt, dan kan het al eens gebeuren dat je te snel denkt: “Het is zover”. Dat kan je hebben al jouw sportploeg het op een toernooi uitstekend doet onderweg, maar de prijzen worden pas op het einde uitgereikt. Je mag er wel in geloven, maar niet te snel denken dat het gebeurd is. Wie kinderen heeft, herkent misschien het volgende. Laatst hoorde ik van een hoogzwangere vrouw: “Ik werd ’s nachts wakker en dacht dat het begonnen was. Maar toen we in het ziekenhuis kwamen, bleek het loos alarm. We moesten terug naar huis. ’t Zal voor later zijn.”

Doopsel

De spanning van dat grootse moment dat binnenkort komt, hoort erbij. Maar gelukkig is er Johannes de Doper die ons met de voetjes op de grond houdt. Hij werd ten onrechte voor de Messias aanzien, en hij zegt: “Er komt iemand die sterker is dan ik”. En hij herinnert ons aan ons doopsel: “Ik doop u met water, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur”. Het aanstekelijke vreugdevuur van het christen-zijn hebben we dus allemaal bij het doopsel meegekregen. Het is de Geest die ons drijft en vooruit stuwt.

Het concrete leven delen

“Hoe moeten wij dat dan doen?”, vragen de mensen aan Johannes. Zijn antwoord is ontwapenend, maar misschien ook ontnuchterend: “Wie dubbele kleding heeft, laat hij delen met wie niets heeft, en wie voedsel heeft, laat hij hetzelfde doen.” We worden opgeroepen het concrete leven met elkaar te delen, niet meer maar ook niet minder dan dat. Als iedereen genoeg heeft, is er overvloed, leert het Evangelie van vandaag ons. En dat geeft op zijn beurt een grote vrede. Niet de vrede van een wapenstilstand, maar een vrede in harmonie met alles en iedereen. Een vreugdevolle vrede. En een vredevolle vreugde.

Aanstekelijk

Iedereen wordt opgeroepen dat op zijn manier te doen: wie overschot heeft, deelt; tollenaars vragen wat rechtvaardig is; soldaten zijn tevreden met hun soldij. Iedereen kan ook hier en nu op zijn stukje Schepping dat hem of haar werd toevertrouwd, een verschil maken. En als we dat in verbondenheid beleven, schenkt ons dat een onnoemelijke vreugde. Mag ik u een persoonlijke anekdote vertellen? Ik was onlangs in Frankrijk op bezoek bij twee priesterseminaries. De uitstraling van die twee seminaries verschilde danig: bij de ene werden studenten opgeleid tot een eigentijdse variant van de priester-arbeider, bij de andere had je een meer klassieke priesteropleiding. Inhoudelijke en qua aanpak waren het twee totaal verschillende werelden. Maar op beide plaatsen was de vreugde voelbaar. En dat is wat christenen van alle pluimage verbindt: een aanstekelijke vreugde. Geen uitbundige vreugde die na een stevig feestje – en misschien met een kater de dag erop – is uitgeblust. Maar een innerlijk vreugdevuur. Wat paus Franciscus noemt: De vreugde van het Evangelie.

Tweerichtingsverkeer

En niet te vergeten: het is tweerichtingsverkeer. Als er iets is, wat de Advent ons duidelijk maakt, dan is het dat wel: dat de liefde, de vrede, de vreugde van twee kanten komt. In de eerste lezing horen we immers niet alleen dat we ons zelf mogen verheugen en mogen juichen, maar ook: “De Heer verheugt zich om u; Hij jubelt om u van vreugde.” Als dat geen Goed Nieuws is…

(Sefanja 3, 14-18a
Fil. 4, 4-7
Lc. 3, 10-18)