Schone liedjes

Blues op een klassieke gitaar. Het is een wat vreemde combinatie, maar die werkt wonderwel. De sound die Wolfgang Muthspiel produceert op zijn jongste telg, Angular Blues, mag er zijn. De Oostenrijker speelt op deze doorgaans ingetogen plaat de pannen van het dak zonder in overdrive te gaan. Dat is al een kunst op zich. 

Elke noot wordt nadrukkelijk gespeeld. Dat is ook logisch op een klassiek snaarinstrument. Elke aanslag moet zitten, blue notes worden niet impulsief, maar bewust geprononceerd. De foutenmarge is bijzonder klein. Maar voor een virtuoos als Muthspiel – ouderwerts “virtuoos” zoals in het heerlijke Ride – is dat allemaal geen probleem. Moeiteloos weet hij met bassist Scott Colley en slagwerker Brian Blade de spanning in elk nummer op te bouwen. Zijn twee begeleiders krijgen trouwens ook de gelegenheid tot soleren. Scoren en laten scoren is de basis van magie in de muziek, weet Muthspiel. Zo vertelt het trio zorgvuldig hun uitgebalanceerde verhaal.

Wat die magie betreft, biedt elk nummer wat wils. Een subliem hoogtepunt ligt in de ongehoorde intimiteit van Hüttengriffe. Het nummer heeft alles om een moderne klassieker te worden. In andere nummers schakelt Muthspiel over op de gewone jazzgitaar en krijgen we een “klassieker” bluesgeluid. Maar ook voor de rest van de plaat geldt wat voor de eerste drie nummers geldt: schone liedjes kunnen simpel zijn. 

Wolfgang Muthspiel, Scott Colley & Brian Blade, Angular Blues, 2020

Geef een reactie