Tagarchief: Econoshock

“Economie op ritme van de mens” – Interview met Geert Noels

Ik had het voorrecht om voor Tertio Geert Noels te interviewen. Het interview verscheen in het Economie-dossier van Tertio op 9 april 2014.

In 2008 schreef Geert Noels, econoom bij Econopolis, het boek Econoshock, een analyse van zes schokken waar we momenteel door gaan en die we in de komende decennia zullen ondergaan. In 2013 maakte Canvas over die schokken een gesmaakte televisiereeks. Naar aanleiding daarvan bracht Noels Econoshock 2.0 uit, een uitgebreide update van het eerste boek.

Er ligt vijf jaar tussen de eerste en de tweede versie van Econoshock ? Is er in die tussentijd zoveel veranderd ?

“Het eerste boek is nog altijd de basis. Daarin heb ik mijn toekomstvisie uiteengezet, waarin ik sterk blijf geloven. Je kan de impact van elke schok bekijken voor de onderneming, voor het sociale systeem, voor de politiek. Er zijn veel variaties op hetzelfde thema mogelijk. Het boek geeft een bril om naar het systeem te kijken. Iedereen kan er zich op de één of andere manier in vinden.

Fundamenteel gaat Econoshock over het vinden van evenwicht. Vergelijk het met fietsen: je evenwicht op de fiets is nooit verworven, en je moet voldoende vooruitgaan om niet te vallen. Ik mag dan wel een vooruitgangscriticus zijn, ik ben geen vooruitgangspessimist. Nulgroei of krimp is geen noodzakelijke voorwaarde om duurzaamheid te bereiken. Het ligt nu eenmaal in de aard van de mens om alles beter te maken en vooruit te willen gaan; je moet tenminste het gevoel hebben dat je vooruitgaat, al is het maar een beetje. Wel ben ik kritisch voor de groeibetrachtingen die men wil opleggen. Een constante groei van 3% is blind voor het noodzakelijke evenwicht.”

De analyse is gemaakt. Is het niet hoog tijd voor oplossingen?

“Sinds 2008 zien we een omslag in het denken. Ik ondervond toen nog veel weerstand, sommigen vonden mijn visie marginaal. Maar nu blijkt het een belangrijk werkinstrument voor bedrijven om ‘Econoshock-proof’ te worden. Ook het secundair onderwijs gebruikt het meer en meer. Mijn dochter moest vorig jaar zelfs examen afleggen over mijn boek.

Ik werk momenteel aan een vervolg. Daarin wil ik oplossingen aanreiken. Verbondenheid, decentralisatie en aandacht voor de volgende generatie zijn sleutelelementen. Onze economie moet kleinschaliger, op het ritme van de mens. We zullen vooral van onderuit met oplossingen moeten komen. Iemand als Low Impact Man Steven Vromman is daarin extreem gegaan, en ik kan dat wel smaken. Vanzelfsprekend moeten we een veranderingsproces op gang brengen, en kunnen we het niet zomaar opleggen aan iedereen.”

Hoe ziet u dat veranderingsproces evolueren?

“Bij voorkeur gebeurt verandering geleidelijk aan, zodat we tijd hebben om ons aan te passen. Maar evenzeer dwingen noodsituaties ons tot verandering. In 2008 was de ondergang van Lehman Brothers zo’n noodsituatie.

De meeste oplossingen komen echter niet vanuit een ‘groen geweten’. Neem nu de olieprijzen. Pas wanneer die de pan uit swingen, verbruiken we minder en schakelen we meer over op alternatieven. Tot spijt van wie het benijdt: Kyoto heeft minder bereikt dan een olieprijs boven de 100 dollar per vat.

We combineren een gevaarlijk systeem met menselijke roekeloosheid. We spelen met vuur. Er is te veel reflectie over hoe we over 100 jaar 20 miljard mensen kunnen laten overleven. Weinigen durven de vraag te stellen: zou het voor de impact op de aarde niet beter zijn om de bevolkingsgroei wat af te remmen? Zou de wereld er niet beter uitzien met 1 à 2 miljard mensen op de aardbol?

Ook in de financiële wereld is de roekeloosheid binnengeslopen. Vijf jaar na Lehman Brothers is er niet veel veranderd. De arrogantie is terug. De kiem voor het volgende probleem is verre van weggenomen. Ik hoor andere economen verkondigen dat het huidige schuldniveau nog wel tien jaar houdbaar is. En over tien jaar zien we wel weer verder. Dat is het noodlot tarten. Het is alsof je een barbecue in een droog bos wil organiseren. Dan is er weinig nodig om het te laten misgaan.

Als je zelf organisator van dergelijke barbecues bent, hoor je dat niet graag. Machtsinstituten en lobbygroepen zijn tegen dit verhaal. Maar mensen van gelijk welke politieke strekking en in gelijk welk land ondersteunen deze visie. Ik kan boos worden als iemand beweert dat ik dit doe uit eigenbelang. Dan trekt men mijn integriteit in twijfel. Mensen zijn gelukkig intelligent genoeg om daarmee om te gaan.”

Hoe probeert u mensen te overtuigen?

“Door de emotie weg te laten en over cijfers, feiten en cases te spreken. De mens wordt niet graag aan problemen herinnerd. De houding van ‘we lossen het op als het probleem zich stelt’ is een recipe for disaster. Al moet ik er direct aan toevoegen: Dehaene zelf heeft wel degelijk een aantal problemen structureel aangepakt voor ze zich stelden. De paarse kabinetten hebben de aangelegde buffers weer laten wegsmelten. Dat is overigens geen typisch Belgisch probleem. Ook in het buitenland heeft men net hetzelfde gedaan.

Er zijn nogal wat gelijkenissen met de sportwereld. Onlangs zag ik ‘The Armstrong Lie’, een documentaire over de dopingstructuur rond Lance Armstrong. Ik zat de hele tijd te denken: ‘Dit is Wall Street.’ Ook de financiële wereld gebruikt ‘doping’, werkt samen met de ‘organisatoren’ en probeert het publiek te bespelen. Blijkbaar was die arrogantie het beeld van een tijdsgeest: ‘Er kan ons niets gebeuren’.

Onze klanten hoeven we meestal niet meer te overtuigen. We maken geen reclame, dus kloppen mensen bij ons aan omdat ze zich in onze filosofie herkennen. Meestal zijn dat families en organisaties met een lange traditie. Ze zouden het nooit zo ver geschopt hebben, mochten ze niet zelf duurzaamheid ingebouwd hebben.

Uiteraard heb ik niets tegen innovatie en ondernemerschap. Sommige evoluties zijn vanzelfsprekend. Maar wanneer men het menselijk aspect uit de economie haalt, dan ben ik tegen. Het moet toch mogelijk zijn om vooruitgang te boeken zonder dat de menselijkheid verloren gaat?”